Winters bladrozet toorts
Gelukkig heeft deze toorts (Verbascum) een lange penwortel en is ze niet zo gauw bang voor een laagje sneeuw. Uit het bladrozet schieten de bloemstelen in de lente, als kaarsen recht omhoog. Waarschijnlijk heeft deze eenzame voornaamheid geleid tot de naam van de koningskaars. Er zijn allerlei soorten: tweejarig of meerjarig, een toorts met witte bloemen, met gele bloemen met of zonder donkerrood hartje, een melige toorts of de stalkaars. Bloeit in juni tot in september. Hoe minder voeding ze krijgt, hoe mooier ze bloeit. Dus in de zon op een kaal plekje!
Uit tijdschrift DUIN / juli 2020:
'Zaden: Een koningskaars kan gemakkelijk tot 200,000 zaden produceren, van een halve millimeter groot. Omdat ze zo klein zijn, kunnen ze tussen de zandkorrels doorglippen waar nog wel licht doorkomt, maar het zaad niet direct uitdroogt. Ideaal om te ontkiemen.
Doornroosje: Als de zaden dieper onder het zand terecht komen, krijgen ze geen licht en kiemen ze niet. Op die plekken kan het zaad 'in slaap' vallen totdat de zandlaag wordt weggeblazen en de zaden weer aan het licht worden blootgesteld. Ze kunnen dan alsnog ontkiemen, soms wel vijftig tot honderd jaar later.
Wegzwiepen: Een toorts moet natuurlijk niet al haar zaden op één plekje laten vallen, dat levert risico's op. De zaden blijven tot in het najaar in de zaaddozen aan de stengel zitten, de stengel verdroogt maar blijft elastisch. In de najaarsstormen worden de zaden weg gezwiept, soms wel 10 meter verderop.
Niet veilig: De zaden zijn in de bodem voedsel voor allerlei klein gedierte en voor schimmels. Ook komen vogels de zaden uit de zaaddozen peuteren en opeten, vooral puttertjes.
Bestuivers: Om zoveel mogelijk zaden te produceren, zijn toortsen zuinige planten. Ze maken nauwelijks nectar, alleen stuifmeel. De lange stengel met de bloeiende bloemen, is voor hommels en bijen al van verre te zien.
Vraat: de rups van de kuifvlinder.'

Reacties
Een reactie posten