Teunisbloem

Tegen de schemer gaan er binnen een paar minuten enkele knoppen van de teunisbloem open en de volgende dag verwelken ze weer. Het zijn nachtbloeiers en worden dus door nachtactieve insecten bestoven. Waarschijnlijk zijn ze rond 1700 vanuit Noord-Amerika in Europa terecht gekomen.
Teunisbloemen (geslacht Oenothera) noemen we inheems en dan gaat het om wilde planten, die in Nederland al eeuwenlang groeien, zonder menselijk ingrijpen. Ze hebben zich aangepast aan de omgeving en zijn beter bestand tegen klimaatverandering dan niet-inheemse planten. In de loop der tijd zijn onze planten en dieren op elkaar afgestemd geraakt. De hommel weet precies wanneer de lekkerste bloemen in bloei staan en waar dus wat te halen valt. Sommige insecten vliegen zelfs maar op één speciale bloem.
Niet-inheemse planten hebben vaak minder waarde voor de natuur. Zoals bijvoorbeeld de hortensia, die nauwelijks nectar of stuifmeel heeft voor bijen.
Reacties
Een reactie posten