Hommel
Met de snuit tussen de meeldraden van de bloeiende wilgenkatjes om nectar (voor energie) en stuifmeel (voor eiwitten voor de larven) te verzamelen. Hommels 'trillen' stuifmeel los uit de bloemen, wat zorgt voor het luide gezoem. Er blijft nogal wat stuifmeel aan hun poten en het bontjasje hangen, waarmee ze van bloem naar bloem vliegen. Zo wordt het stuifmeel verspreid en dat zorgt voor de bevruchting van planten. Dankzij het behaarde lichaam zijn het zeer efficiënte bestuivers, die al vroeg in het voorjaar bij koud en bewolkt weer vliegen. Ze steken niet.


Reacties
Een reactie posten